Harry

20180208_232502.jpg

Een beetje een oude zeur is het, dat wel. Weemoedig denkende aan de jaren ’70, ’80, waar alles een beetje beter en mooier was, hekelend over smartphones en afkeurend over de jeugd. Prachtig pingelend op zijn gitaartje anekdotes delen. Boos worden om een rinkelende telefoon, het onbegrip naar zijn al best grote kinderen.

Ik kijk naar de grootheid Harry Saksioni op het podium van Tivoli.

Ik kijk even rechts van me, en zie Joost, deelnemer in de 50|50 Store, vreselijk genieten. Zijn ogen lichten op bij de gedateerde anekdotes, hij lacht het hardst om de grappen, raakt ontroerd bij de verdrietige gitaarsolo’s. Voor de gelegenheid zijn zijn woeste krullen wat gladgestreken en hij heeft de kleren aan die ik hem uit onze winkel gaf.  Ik strek mijn nek wat verder naar achteren en kijk naar collega en vriend Peter. We wisselen een blik van verstandhouding en glimlachen naar elkaar.

Niet altijd heeft iemand iemand. En als je wel iemand hebt, heeft die iemand misschien wel niet de middelen of mogelijkheden jou te geven waar je naar verlangd. Joost is misschien wel de grootste muziekliefhebber die ik ken, en wel zeker een dynamische encyclopedie als het op muziek aankomt. In mijn beleving weet hij álles. Van Schubert tot Paul Simon. Ik zat laatst bij een concert waarvan ik zeker was dat Joost het fantastisch zou vinden. Ik sprak daarover tegen Peter, die reageerde met “Maar dan gaan wij toch met hem naar een concert?”. Je moet weten, Peter is nogal een atypische begeleider. Die doet dat dus gewoon.

Niet veel later zijn er dus tickets geboekt voor deze gitaarvirtuoos. We zijn gelukkig drie kwartier te vroeg, want Joost stond al in de hal te dralen, wachtend op ons. In zijn gedachten tijden herlevend vertelt hij ons over de eerste ontmoeting met zijn vriendin, langer geleden dan wij wisten, over de drankjes die hij dronk, de plekken waar hij woonde en de concerten die hij bezocht.

Best een aantal jaar geleden, toen ik nog niet wist van herstelgericht werken, werkte ik in de woonbegeleiding met mensen die dakloos waren en leefden met een harddrugsverslaving. Ik was onervaren, me toen erg bewust van de afstand in afstand-nabijheid en voelde me daar niet altijd prettig bij. Ik ben een ongefilterde flapuit en vond het lastig openheid van de cliënten te vragen, maar niet ‘terug’ te delen. Het paste niet bij mij. Gelukkig werk ik voor een dappere, innovatieve organisatie die steeds doorgroeit, nieuwe methodieken introduceert en je motiveert buiten de gebaande paden te gaan. Van onervaren afstand naar krachtgericht en tenslotte naar herstelgericht, en eigenlijk hoort een avond als deze hier helemaal bij.

Na deze avond gaat het extra goed met Joost. Joost is de beste versie van zichzelf en ik kijk uit naar de middagen die hij werkt.

We zijn een beetje dichterbij elkaar gekomen, Joost, Peter en ik. En daarom doen we nog meer ons best voor elkaar. Zo werken relaties, en zo werkt herstel.

Advertenties

Onzeker

DSCF1159

“Ik ben een dieet”, zegt de volslanke deelneemster wat wuft, met een trotse glimlach. “Ik ben dik. Nu heb ik zeekies.” Het duurt even voordat we ontfutselen wat de zeekies zijn, de van oorsprong Afrikaanse is nu en dan wat lastig te volgen.

Al eerder schreef ik over de taalbarrière die we hier soms ervaren. Dit levert soms ongemakkelijke, vaak grappige en voornamelijk onhandige situaties op. Het helpt ook niet dat we meemaken dat mensen uit beleefdheid of respect aangeven je te begrijpen, wanneer ze dat eigenlijk niet doen. Met geduld, gebarentaal en creativiteit kom je een heel eind wanneer je elkaars taal niet spreekt. Zo gebeurt het dat bij het horen van ‘zeekies’ de volledige groep deelnemers, vandaag 11 man sterk, gaat gissen wat ze bedoelt. Zeewier? Kiespijn? Zeepjes? Teken? Typisch? Zweefpeace? Shakies? Shakies! Shakes! Afslankshakes!

Shakes dus. Deelnemers brullen hun bevindingen over de tafel en ik luister glimlachend mee. Wanneer je ego een boost nodig heeft, ben je in de 50|50 Store aan het goede adres. Deze groep wéét hoe ze je zelfvertrouwen eens flink op kunnen krikken. De vrouw waartegen het gescandeerd wordt ontvangt de complimenten stralend.

“Je bent echt perfect zo, er hoeft geen pondje af!”

“Je bent supermooi!”

“Mannen houden juist van dikke billen!”

“Het gaat om je binnenkant, die buitenkant doet er echt niet toe!”

“Je moet niet zo onzeker zijn!”

Onzeker?

De dame in kwestie staat abrupt op, gooit lachend haar sjaal opzij en trekt haar shirt omhoog. Ze stelt haar buik in een wit hemd tentoon terwijl ze er met twee handen mee schudt.

“Onzeker?! Ik ben niet onzeker. Ik weet zeker ik ben dik!”

 

Mooi

 

blog3

Van alle kanten schijnt een onaantrekkelijk licht op me. Ik zie alles, een putje waarvan ik het bestaan nog niet erkend had. Ik draai eens rond in het jurkje, maar zie eigenlijk alleen nog dat putje. En dat mijn buik boller is dan ik dacht. Mijn haar platter. Mijn wallen dieper.

Pashokjes zijn kut.

Onze Daphne, deelnemer in de 50|50 Store en mijn inziens het mooiste meisje van 17 wat ik ken, maakt zich zorgen over de dingen die ik niet zie. (Gelukkig vergeet ze niet dat ze de mooiste ogen van heel Utrecht heeft.) Onze Patience, ook deelnemer, (een sterke vrouw waar verdriet en leven zich in haar gezicht aftekenen, maar die een warmte uitstraalt waar je door geraakt wordt) maakt zich elke ochtend zorgvuldig op. Met het gordijntje dicht. Mijn eigen vriendinnen, die zichzelf luidkeels bekritiseren kunnen over dat wat ik niet zie,  terwijl ik naar beeldschone vrouwen kijk die alsmaar mooier worden. Mijn moeder, de allermooiste, die ik elke rimpel zo knettergoed vind staan terwijl zij ze weg probeert te smeren.

Wat zijn we streng voor onszelf. Als we onszelf door de ogen van een ander zouden zien, zouden we zoiets moois zien. Dat weet ik hartstikke zeker.

En daarom, mooie mensen, presenteert de 50|50 Store Utrecht u: het énige pashokje ter wereld waar je dolgelukkig uitkomt! Deelnemers, vaste bezoekers en kinderen van de Kranenburgschool willen je iets zeggen. En dan doen zij in het pashokje, op de spiegel waar je al hun blije boodschappen leest.

En kijk, je bent mooi!

Hotel

DSCF1124Ze is vrij favoriet bij ons , de blije rooie mooie die regelmatig lekker sfeerbepalend de winkel in huppelt en dikwijls met een leuke aankoop weer uithuppelt. Even wat lucht en even wat energie neemt ze mee, genoeg voor iedereen om op te klaren.

Nu kwam ze van de week niet alleen. Ze nam een heel mooi plannetje mee. Een sjiek hotel in Antwerpen, hartje centrum, verwacht hen aankomend weekend in de ‘Superior Room’. Fijn zo’n weekendje weg, uitgebreid uit eten, koffie in een knus cafeetje, struinen door de prachtige oude binnenstad en ontwaken in een heerlijk bed wat je niet op hoeft te maken.  Echter, zij gaan hier door omstandigheden geen gebruik van maken.

In plaats daarvan vroeg ze enthousiast “Ken jij niet iemand, van het Leger des Heils zeg maar, die daarheen kan? We gaan het weggeven, dat lijkt ons nou wel wat!”.

Zomaar. Weggeven. Wacht. Wat?

Van binnen borrelend van de blij schakelde ik mijn collega’s van de Specialistische Ambulante Hulpverlening in. Zij zijn er voor jeugdigen, gezinnen, volwassenen en ouderen; mensen van 0-100 jaar die vanwege hun complexe problemen geen grip (meer) hebben op hun leven. Daar moest wel een stelletje tussen zitten die deze uitzonderlijke kans wel kunnen gebruiken. Collega Marloes wist inderdaad wel wie.

Ze zijn 27 en 31, als ik het goed heb onthouden, en dol op elkaar. Ze hebben geen gemakkelijk leven, een ongewoon leven ook. Met een autootje togen ze over een paar dagen naar België, om daar op spectaculaire wijze ontvangen te worden in een decadent hotelletje. Oh, en dat is niet alles. Toen het vriendje van die mooie rooie zich realiseerde dat ze dan wel in Antwerpen zijn, maar zonder zakgeld, heeft hij nog eens 100€ overgemaakt. De hippe held. Het uitgebreide uit eten, de koffie in een knus cafeetje, het struinen door de prachtige oude binnenstad en het ontwaken in een heerlijk bed wat je niet op hoeft te maken is nu voor dit stel, voor wie het tot noch toe niet tot de mogelijkheden behoorde.

Het ontroert me, dat er mensen zijn die zoiets groots en liefs doen voor volslagen onbekenden.

En daarnaast; ik voel me zó bevoorrecht dat ik de keuze heb om gewoon (‘gewoon’)een hotelletje te boeken als ik daar zin in heb.

Dus ik zit komend weekend ook in een heerlijk hotelletje, geïnspireerd door dit fijne verhaal. En dan zal ik even, zittend aan een uitgebreid ontbijtbuffet of soezend onder knisperende witte lakens, denken aan dat stelletje wat ook zo’n decadent weekend mag beleven. We boffen maar!

 

Alleen maar feest

open6 december. Dus vandaag wordt ‘ie opgezet, de kerstboom. En niet alleen hier, maar op heel veel Nederlandse plekjes wordt vandaag opgetuigd, uitgelicht en ingehangen. Dat kan maar één ding betekenen: feestdagenstress!

Want zijn we nog maar net bekomen van de Sinterklaasperiode (kan een vijf-jarige een burn-out krijgen van Sinterklaasspanning?), duiken we zo de dagen in die bol staan van sociale verplichtingen, mislukte recepten en naar welk feestje moet je op 31 december. Prachtig om dan te zien dat mijn sociale media zich ook vult met hen die een bijdrage willen leveren voor degenen waarvoor de donkere dagen nog een stukje donkerder zijn.

Diverse individuen en organisaties zetten zich in de decembermaand in, bestrijden eenzaamheid en brengen mensen samen. Zoals we zo graag zien, in deze tijd van vrede en saamhorigheid. Vanmiddag aan de lunchtafel hadden we het erover met een grote glimlach, niemand van de deelnemers is alleen met kerst! Wat fijn.

Wat mensen zich soms niet realiseren, is dat de eenzaamheid zich niet beperkt tot de koude feestdagen. Waar er zich daar een hoop initiatieven bereid tonen om eenzame mensen wat liefde en warmte te geven, lijkt de nood in januari en februari, en vooruit, de rest van het jaar, hoog. Wat duurt de winter lang als je alleen bent. En de lente eigenlijk ook. En de zomer. Herfst. Weer winter, nog alleen.

Het Leger des Heils, mijn favoriete (en enige) werkgever, heeft diverse toffe middelen en maatregelen tegen eenzaamheid ontwikkeld. Van bijvoorbeeld de Soepfiets, outreachend en laagdrempelig, tot inloophuizen en huiskamers, warm en gezellig met een groep, maar ook het maatjesproject, voor bijzonder één-op-één contact.

Eén van de projecten die ik een bijzonder warm hart toedraag, is deze van mijn knappe collega Kristel. In een volkswijkje in mijn geliefde Amersfoort brengt zij mensen samen Bij Bosshardt; een huiskamer voor de buurt. Kristel bediend hier de buurt met schwung, liefde, Brabants accent en bijkomende gezelligheid, wat bij heeft gedragen aan veel mooie verhalen van veranderde levens, daar in dat fijne wijkje.

Kristel, en met haar ieder ander individu dat eenzaamheid bestrijdt in bovengenoemde projecten, zijn er voor je met kerst. En de rest van het jaar.

(Vrijwilliger worden bij het Leger des Heils en jouw steentje bijdragen? Kan hoor! http://www.werkenbijhetlegerdesheils.nl/vrijwilligerswerk)

 

 

 

Levenslied

blof

Muziek speelt een belangrijke rol in de 50|50 Store; ik vind het een waanzinnig mooi medium om de sfeer neer te zetten, tot iemand door te dringen, mensen zich te laten in-of ontspannen.

Zo weet ik dat wanneer een meneer die hier werkt hoog in spanning zit, de muziek uit ‘zijn’ jaren zestig hem helpt zijn zinnen te verzetten. En leuk neveneffect: hij weet er waanzinnig veel van en vertelt doorgaans amusanter dan Leo Blokhuis over de voorbijkomende liedjes.

Er werkt een dame uit Ethiopië met complexe psychiatrische problematiek. Dreigt zij boos of verdrietig te worden? Dan zetten we orthodox Christelijke muziek, haar muziek, aan uit haar geboorteland. Het is onvoorstelbaar irritante takkeherrie mijn inziens, maar we beluisteren het met een glimlach als de bewuste dame ons allemaal aan het dansen krijgt met haar onbevangenheid. Het is wel de bedoeling dat je de pasjes volgt, anders krijg je de wind van voren.

Dan hebben we onze favoriete luchtgitaarspeler: bij de eerste klanken van de Scorpions staat de winkel op z’n kop, iedereen pakt een luchtgitaar en de volumeknop krijgt een zwieperd. Werkt perfect tegen eigenlijk alles. Hij vergeet de wereld om zich heen, het is misschien wel de grootste muziekliefhebber die ik ontmoet heb. En een zeer begenadigd drummer ook. Ooit wordt hij een rockster. (maar eigenlijk is hij dat al)

Onze verliefde collega zwijmelt de dag door op nagenoeg vintage liefdesliedjes, de werklust wordt aangewakkerd bij de hele groep met de hits van de eighties, we bezingen de grillen van het leven met elkaar en Hazes, we waren gezamenlijk bedroefd bij het beluisteren van de geniale laatste albums van Bowie en Cohen en is er rust nodig; dan zetten we slepende klassieke muziek op. Kortom: muziek is de remedie, het makkelijkst inzetbare sfeerbepalende middel wat ik ken.

En hoe sfeerbepalend, dat werd pijnlijk duidelijk toen ik één van de deelnemers ‘zijn’ muziek liet opzetten. Dampende gangsterrap bonkte uit de speakers met monotoon geweld. Niet veel later bleek fietsenmaker Bert spoorloos. De ‘pling’ van een binnenkomend SMSje klonk waterig door de muziek.

“Hé hoi, ik neem tot 14u pauze. Sorry daarvoor. Ik word echt WOEST in m’n hoofd van die muziek. Tot vanmiddag, Bert.”

 

 

Trek

IMG_20171103_194820_300In ons mooie winkeltje werken meerdere mensen die te maken hebben, of hebben gehad met een drugsverslaving. Soms is het omdat een ouder of gezinslid gebruiker is, soms omdat ze zelf gebruikten en soms omdat ze nog steeds drugs gebruiken.

Herkenning en steun vinden ze bij elkaar. Een deelnemer die een terugval heeft gehad, vertelt dit tijdens het koffiemoment. Ze krijgt steun, goedbedoelde en vaak nuttige tips en vooral een arm om haar schouders. Het mag.

Trek hebben is hier niet zelden onderwerp van gesprek. Het betekent dat je een waanzinnig verlangen hebt naar de drugs (of alcohol) waar je aan verslaafd bent. En al heb je alle nummers van alle dealers gewist en alle drugs-gerelateerde contacten verbroken, bij een onweerstaanbare trek is de dealer zó weer gevonden.

Of ze zoeken jou op, wat de strijd tegen de trek wel erg kwetsbaar maakt. Ik probeer niet te snoepen en kan al geen weerstand bieden tegen de mokkaschnitt die vanochtend voor mijn neus werd geplempt. (Twee stukjes mensen. Twee. ) Ik vind het soms best lastig deze dealers niet te veroordelen, wanneer ze voor de deur van een zwangere deelnemer staan of voor de winkel wachten tot iemands werkdag erop zit. Wat levert dat een enorm innerlijk gevecht op voor hen die weerstand proberen te bieden. En wat ontzettend knap als het deze deelnemers lukt het niét te doen!

En loop je nou zelf in de 50|50 Store rond lunchtijd, en verzucht je ‘Hmmm, al bijna één uur… Ik heb trek!’ Schrik dan niet als er ten minste drie mensen gekscherend terugroepen:

‘Je hebt honger! Alleen drugsverslaafden hebben trek!’

Vakantie

Screenshot_20170927-173851~2.pngIk ben me sinds een magistrale tien maanden aan het verheugen op mijn droomreis naar Amerika.

Van Seattle naar Los Angeles zal ik gereden worden door Tijmen, onderweg doen we steden, natuurparken en andere plaatsen aan waar ik alleen maar van dacht te kunnen dromen.

Vol van voorpret tel ik af in de 50|50 Store, ik ben dolenthousiast en neem de deelnemers mee in de voorbereiding, bedenk me ineens dat ik het-een-of-ander niet weet of geregeld heb en gil dan om advies, draai liedjes die erover gaan en zwijmel zo nu en dan eventjes weg, waar de deelnemers smakelijk om lachen.

Tot ik me vorige week iets realiseerde. Aan de koffie keek ik op en vroeg voor ik wist (dat overkomt me vrij vaak)  “Wat was eigenlijk jullie laatste vakantie?”. Stilte. Schuiven van stoelen. Antwoorden. En dan, voor mij onverwacht, enthousiaste verhalen rollen over tafel door elkaar heen. Patrick bleek prachtige reizen gemaakt te hebben naar Indonesië, een ander had weer een week gefeest in Lloret, weer een ander zocht de rust van de bossen in de Ardennen. Overeenkomstig: voor de één een jaar of acht geleden, of twaalf, voor de ander wel twintig.

Ik schaam me kapot. Hier ben ik nou de dagen aan het aftellen tot ik vertrek, terwijl mijn deelnemers op hun vingers de jaren óptellen hoe lang geleden het is dat zij vertrokken.

Ik tel nog wel af, maar een stukje zachter terwijl ik me realiseer wat een verschrikkelijke bofkont ik ben. En hoe gemotiveerd ik ben om met deze mensen te werken aan herstel van het gewone leven. Het gewone leven mét vakantie.

Want wat nog mooier is dan zelf een kaartje sturen vanaf mijn vakantieadres, is een ansicht ontvangen vanaf het vakantieadres van een voormalig deelnemer.

Ik heb er al één!

Straf

IMG_9822Onlangs had ik, voor de zoveelste keer dit jaar, een aantal intakes met hen die een werkstraf opgelegd hebben gekregen. In de 50|50 Store werken we al jaren samen met de reclassering, hier vinden ze niet alleen een prettige, laagdrempelige plek, maar vooral ook een opstap.

Een werkstraf is bij de 50|50 workcenters eigenlijk pas echt geslaagd als er bewust is gewerkt aan herstel van het gewone leven, en er na de opgelegde uren een haalbaar toekomstplan klaarligt om uitgevoerd te worden.

Mijn gewaardeerde collega van de Leger des Heils- Reclassering waarschuwde er al voor. Ze worden steeds jonger. De meisjes van die dag zijn waanzinnig mooi, en jong. Ze kijken hard uit hun ogen, ik haal alles uit de kast om hun blik eventjes te zien verzachten. Dat lukt als ik met ze praat over hun dromen, die nog best bescheiden blijken.

Ik mijmer over hoe ik was op die leeftijd, begin twintig. Ik floreerde als ultieme laatbloeier volop in mijn pubertijd. Op school ging het, zoals ook de jaren ervoor, niet al te best. Ik had een volkomen belachelijk rapport met tweeën tegenover tienen. Ik leefde met mijn kop in het zand en probeerde nog even zo lang mogelijk te vluchten voor wat volwassenheid me zou brengen.

Ik had een lief kamertje, een buts vrienden, wisselende vriendjes, ouders met héél véél geduld, broers die ik niet begreep en vice versa, een studie omdat-ik-toch-iets-moest en vele bijbaantjes (die ik regelmatig weer verloor). Ik had de luxe te kunnen aanmodderen en bleek daar dan wel weer heel goed in te zijn. Ik was het grootste gedeelte van de tijd volkomen in de war en begreep geen zier van hoe de wereld in elkaar zat. Ik was ongeduldig en boos. Voor mijn boosheid en onbegrip was ruimte, aandacht en tijd. Ik denk dat ik zo’n vrolijke volwassene ben omdat alle boos zich concentreerde in een volle tien jaar pubertijd. (Bij deze een publieke sorry aan alle slachtoffers)

Diezelfde boosheid zie ik bij deze jonge vrouwen weer. Boosheid met zoveel minder ruimte, aandacht en tijd. Boosheid die uitzichtloos voelt en gedragen wordt door een groep die zo met de nek aangekeken wordt.

Hoe dit opgelost moet worden, wist ik het maar. Echt, wist ik het maar.

Wel heb ik ruimte, aandacht en tijd.

 

 

 

Moppie

IMG_20170913_123656_700In de 50|50 Store werken een aantal mensen die geen Nederlands spreken, of maar een beetje, of nog niet zo goed als ze zouden willen. Zonder uitzondering willen zij zich de Nederlandse taal meester maken. De 50|50 Store is een mooie plek om dat te oefenen.

Schrik dan ook niet als je in de winkel bent en je hoort ineens iemand roepen “Nederlands praten!” Juist omdat het het leerdoel van alle anderstaligen is om Nederlands te leren is het van belang dat dit gebeurt. Alleen, wanneer iemand Engels tegen je spreekt is het nog best moeilijk om stug in Nederlands terug te babbelen. We herinneren elkaar er dan ook voortdurend aan dat we écht alleen Nederlands spreken in de winkel.

Tijdens de lunch wordt er vaak volop gekletst, wat erg gezellig is. Ik probeer er zo ongemerkt mogelijk één gesprek van te maken, zo kan ik goed monitoren hoe de groepsdynamiek is en of het onderling allemaal pais en vree is. De verhalen vliegen je om de oren en het is soms best een uitdaging om de hele groep geconcentreerd te laten luisteren naar soms wat fantasievolle verhalen, of naar iemand die eigenlijk elke dag hetzelfde verhaaltje vertelt. Omdat deze groep deelnemers zo geduldig en respectvol naar elkaar probeert te kijken lukt het bijna altijd.

Zo was iedereen gisteren verwachtingsvol stil aan het kijken naar onze mooie lieve Patience, die ik had gevraagd of zij misschien een mop, a joke you know, kende.

“Ah, een mop!” Antwoordde ze enthousiast.

“But natuurlijk I know de mop!”

“Do you want me to mop the floor now?”