Levenslied

blofMuziek speelt een belangrijke rol in de 50|50 Store; ik vind het een waanzinnig mooi medium om de sfeer neer te zetten, tot iemand door te dringen, mensen zich te laten in-of ontspannen.

Zo weet ik dat wanneer een meneer die hier werkt hoog in spanning zit, de muziek uit ‘zijn’ jaren zestig hem helpt zijn zinnen te verzetten. En leuk neveneffect: hij weet er waanzinnig veel van en vertelt doorgaans amusanter dan Leo Blokhuis over de voorbijkomende liedjes.

Er werkt een dame uit Ethiopië met complexe psychiatrische problematiek. Dreigt zij boos of verdrietig te worden? Dan zetten we orthodox Christelijke muziek, haar muziek, aan uit haar geboorteland. Het is onvoorstelbaar irritante takkeherrie mijn inziens, maar we beluisteren het met een glimlach als de bewuste dame ons allemaal aan het dansen krijgt met haar onbevangenheid. Het is wel de bedoeling dat je de pasjes volgt, anders krijg je de wind van voren.

Dan hebben we onze favoriete luchtgitaarspeler: bij de eerste klanken van de Scorpions staat de winkel op z’n kop, iedereen pakt een luchtgitaar en de volumeknop krijgt een zwieperd. Werkt perfect tegen eigenlijk alles. Hij vergeet de wereld om zich heen, het is misschien wel de grootste muziekliefhebber die ik ontmoet heb. En een zeer begenadigd drummer ook. Ooit wordt hij een rockster. (maar eigenlijk is hij dat al)

Onze verliefde collega zwijmelt de dag door op nagenoeg vintage liefdesliedjes, de werklust wordt aangewakkerd bij de hele groep met de hits van de eighties, we bezingen de grillen van het leven met elkaar en Hazes, we waren gezamenlijk bedroefd bij het beluisteren van de geniale laatste albums van Bowie en Cohen en is er rust nodig; dan zetten we slepende klassieke muziek op. Kortom: muziek is de remedie, het makkelijkst inzetbare sfeerbepalende middel wat ik ken.

En hoe sfeerbepalend, dat werd pijnlijk duidelijk toen ik één van de deelnemers ‘zijn’ muziek liet opzetten. Dampende gangsterrap bonkte uit de speakers met monotoon geweld. Niet veel later bleek fietsenmaker Bert spoorloos. De ‘pling’ van een binnenkomend SMSje klonk waterig door de muziek.

“Hé hoi, ik neem tot 14u pauze. Sorry daarvoor. Ik word echt WOEST in m’n hoofd van die muziek. Tot vanmiddag, Bert.”

 

 

 

 

Advertenties

Trek

IMG_20171103_194820_300In ons mooie winkeltje werken meerdere mensen die te maken hebben, of hebben gehad met een drugsverslaving. Soms is het omdat een ouder of gezinslid gebruiker is, soms omdat ze zelf gebruikten en soms omdat ze nog steeds drugs gebruiken.

Herkenning en steun vinden ze bij elkaar. Een deelnemer die een terugval heeft gehad, vertelt dit tijdens het koffiemoment. Ze krijgt steun, goedbedoelde en vaak nuttige tips en vooral een arm om haar schouders. Het mag.

Trek hebben is hier niet zelden onderwerp van gesprek. Het betekent dat je een waanzinnig verlangen hebt naar de drugs (of alcohol) waar je aan verslaafd bent. En al heb je alle nummers van alle dealers gewist en alle drugs-gerelateerde contacten verbroken, bij een onweerstaanbare trek is de dealer zó weer gevonden.

Of ze zoeken jou op, wat de strijd tegen de trek wel erg kwetsbaar maakt. Ik probeer niet te snoepen en kan al geen weerstand bieden tegen de mokkaschnitt die vanochtend voor mijn neus werd geplempt. (Twee stukjes mensen. Twee. ) Ik vind het soms best lastig deze dealers niet te veroordelen, wanneer ze voor de deur van een zwangere deelnemer staan of voor de winkel wachten tot iemands werkdag erop zit. Wat levert dat een enorm innerlijk gevecht op voor hen die weerstand proberen te bieden. En wat ontzettend knap als het deze deelnemers lukt het niét te doen!

En loop je nou zelf in de 50|50 Store rond lunchtijd, en verzucht je ‘Hmmm, al bijna één uur… Ik heb trek!’ Schrik dan niet als er ten minste drie mensen gekscherend terugroepen:

‘Je hebt honger! Alleen drugsverslaafden hebben trek!’

Vakantie

Screenshot_20170927-173851~2.pngIk ben me sinds een magistrale tien maanden aan het verheugen op mijn droomreis naar Amerika.

Van Seattle naar Los Angeles zal ik gereden worden door Tijmen, onderweg doen we steden, natuurparken en andere plaatsen aan waar ik alleen maar van dacht te kunnen dromen.

Vol van voorpret tel ik af in de 50|50 Store, ik ben dolenthousiast en neem de deelnemers mee in de voorbereiding, bedenk me ineens dat ik het-een-of-ander niet weet of geregeld heb en gil dan om advies, draai liedjes die erover gaan en zwijmel zo nu en dan eventjes weg, waar de deelnemers smakelijk om lachen.

Tot ik me vorige week iets realiseerde. Aan de koffie keek ik op en vroeg voor ik wist (dat overkomt me vrij vaak)  “Wat was eigenlijk jullie laatste vakantie?”. Stilte. Schuiven van stoelen. Antwoorden. En dan, voor mij onverwacht, enthousiaste verhalen rollen over tafel door elkaar heen. Patrick bleek prachtige reizen gemaakt te hebben naar Indonesië, een ander had weer een week gefeest in Lloret, weer een ander zocht de rust van de bossen in de Ardennen. Overeenkomstig: voor de één een jaar of acht geleden, of twaalf, voor de ander wel twintig.

Ik schaam me kapot. Hier ben ik nou de dagen aan het aftellen tot ik vertrek, terwijl mijn deelnemers op hun vingers de jaren óptellen hoe lang geleden het is dat zij vertrokken.

Ik tel nog wel af, maar een stukje zachter terwijl ik me realiseer wat een verschrikkelijke bofkont ik ben. En hoe gemotiveerd ik ben om met deze mensen te werken aan herstel van het gewone leven. Het gewone leven mét vakantie.

Want wat nog mooier is dan zelf een kaartje sturen vanaf mijn vakantieadres, is een ansicht ontvangen vanaf het vakantieadres van een voormalig deelnemer.

Ik heb er al één!

Straf

IMG_9822Onlangs had ik, voor de zoveelste keer dit jaar, een aantal intakes met hen die een werkstraf opgelegd hebben gekregen. In de 50|50 Store werken we al jaren samen met de reclassering, hier vinden ze niet alleen een prettige, laagdrempelige plek, maar vooral ook een opstap.

Een werkstraf is bij de 50|50 workcenters eigenlijk pas echt geslaagd als er bewust is gewerkt aan herstel van het gewone leven, en er na de opgelegde uren een haalbaar toekomstplan klaarligt om uitgevoerd te worden.

Mijn gewaardeerde collega van de Leger des Heils- Reclassering waarschuwde er al voor. Ze worden steeds jonger. De meisjes van die dag zijn waanzinnig mooi, en jong. Ze kijken hard uit hun ogen, ik haal alles uit de kast om hun blik eventjes te zien verzachten. Dat lukt als ik met ze praat over hun dromen, die nog best bescheiden blijken.

Ik mijmer over hoe ik was op die leeftijd, begin twintig. Ik floreerde als ultieme laatbloeier volop in mijn pubertijd. Op school ging het, zoals ook de jaren ervoor, niet al te best. Ik had een volkomen belachelijk rapport met tweeën tegenover tienen. Ik leefde met mijn kop in het zand en probeerde nog even zo lang mogelijk te vluchten voor wat volwassenheid me zou brengen.

Ik had een lief kamertje, een buts vrienden, wisselende vriendjes, ouders met héél véél geduld, broers die ik niet begreep en vice versa, een studie omdat-ik-toch-iets-moest en vele bijbaantjes (die ik regelmatig weer verloor). Ik had de luxe te kunnen aanmodderen en bleek daar dan wel weer heel goed in te zijn. Ik was het grootste gedeelte van de tijd volkomen in de war en begreep geen zier van hoe de wereld in elkaar zat. Ik was ongeduldig en boos. Voor mijn boosheid en onbegrip was ruimte, aandacht en tijd. Ik denk dat ik zo’n vrolijke volwassene ben omdat alle boos zich concentreerde in een volle tien jaar pubertijd. (Bij deze een publieke sorry aan alle slachtoffers)

Diezelfde boosheid zie ik bij deze jonge vrouwen weer. Boosheid met zoveel minder ruimte, aandacht en tijd. Boosheid die uitzichtloos voelt en gedragen wordt door een groep die zo met de nek aangekeken wordt.

Hoe dit opgelost moet worden, wist ik het maar. Echt, wist ik het maar.

Wel heb ik ruimte, aandacht en tijd.

 

 

 

Moppie

IMG_20170913_123656_700In de 50|50 Store werken een aantal mensen die geen Nederlands spreken, of maar een beetje, of nog niet zo goed als ze zouden willen. Zonder uitzondering willen zij zich de Nederlandse taal meester maken. De 50|50 Store is een mooie plek om dat te oefenen.

Schrik dan ook niet als je in de winkel bent en je hoort ineens iemand roepen “Nederlands praten!” Juist omdat het het leerdoel van alle anderstaligen is om Nederlands te leren is het van belang dat dit gebeurt. Alleen, wanneer iemand Engels tegen je spreekt is het nog best moeilijk om stug in Nederlands terug te babbelen. We herinneren elkaar er dan ook voortdurend aan dat we écht alleen Nederlands spreken in de winkel.

Tijdens de lunch wordt er vaak volop gekletst, wat erg gezellig is. Ik probeer er zo ongemerkt mogelijk één gesprek van te maken, zo kan ik goed monitoren hoe de groepsdynamiek is en of het onderling allemaal pais en vree is. De verhalen vliegen je om de oren en het is soms best een uitdaging om de hele groep geconcentreerd te laten luisteren naar soms wat fantasievolle verhalen, of naar iemand die eigenlijk elke dag hetzelfde verhaaltje vertelt. Omdat deze groep deelnemers zo geduldig en respectvol naar elkaar probeert te kijken lukt het bijna altijd.

Zo was iedereen gisteren verwachtingsvol stil aan het kijken naar onze mooie lieve Patience, die ik had gevraagd of zij misschien een mop, a joke you know, kende.

“Ah, een mop!” Antwoordde ze enthousiast.

“But natuurlijk I know de mop!”

“Do you want me to mop the floor now?”

Ziek

 

IMG-20170912-WA0001 (1)Donderdag. Ik wordt wakker en ik voel het al. Een bonkende kop, wiebelbenen, koud lijf met warm hoofd. Oh-oooh. Ik voel me ziek. Of ziekig. Iets met de R. in de maand en een voor mij heel bekende dreumes die ik het niet schijn te mogen verwijten.

Onder de douche waag ik me aan een nog net gezonde dosis zelfmedelijden en ik bibber me door het sop. De gedachte aan al die zielige deelnemers voor een dichte deur (terwijl het regent en koud is. En ze hun jas vergeten zijn. Dat werkt nog beter voor het mentale plaatje) beweegt me fier overeind te blijven op de fiets naar het station.

Eenmaal binnen, koffie gezet en geïnstalleerd, duizelt het me. Deelnemers reageren lief en bezorgd. “Gaat het wel? Moet je niet gewoon naar huis? Je werkt ook echt veel te hard hoor. Dat is niet goed hoor. Oh kijk nou je ziet er niet uit hoor hee.” (Dat laatste had dan weer niet echt gehoeven) Ik til mijn hoofd vol watten op en kijk dankbaar om me heen.

Kijk nou toch. Deze buitenslapers, brekebenen, afkickers en overdoseerders. Deze ontzettend harde pappies die weten wat pijn is, op een manier die ik hoop nooit te voelen. Deze theezetters en rijstewafelgevers. Ik word wel eens geplaagd met dat ik mijn deelnemers steeds de gekste koosnaampjes geef. Maar jongens, als ik zo om me heen kijk zie ik echt alleen maar dotjes en snoetjes, snotjes en ploertjes, bofjes en troetjes.

Met mijn werk kun je prima een dagje ziek zijn zónder je ziek te melden. Mijn deelnemers zijn perfecte zorgverleners.

Stadsgek

IMG_20170816_155343_462.jpgElk dorp heeft er één, een persoon die net (of behoorlijk) buiten de pas loopt, opvallend anders is en vaak met licht gebogen hoofd en meewarige glimlach nagekeken wordt: de dorpsgek. En zoals alles in de grote stad groter is, heeft Utrecht niet één stadsgek, maar een handvol.

Laat ik me vooraf ervan vergewissen jullie duidelijk gemaakt te hebben dat ik in deze de term ‘stadsgek’ liefkozend bedoel, gelijk een geuzennaam. Niet boos zijn.
Utrecht heeft dus, zoals gezegd, meerdere stadsgekken. Je hebt die éne op de fiets, die kale straatnieuwsverkoper voor de Hema, de Ufo-piloot, die ene die de paus heeft ontmoet in Rome en die rocker die vaak voor Tivoli met ontbloot bovenlijf zijn concerten geeft. Gratis. Deze mensen máken de stad, zo bleek in ‘mijn’ stad Amersfoort toen alom geroemde straatnieuwsverkoper Rini overleed en er vrijwel direct gesproken werd over een standbeeld oprichten voor de beste man. Hij wordt nog altijd gemist (‘Hállooo-lieve-mensen!’)

Toen ik ging werken in Utrecht leerde ik de mensen kennen die deze stadsgekken zijn. Onuitgezonderd mensen met een leven, een hart, een kwetsbaarheid. Mensen waarvan ik veel kan leren, mensen met wie ik kan lachen, ontzettend in de clinch liggen en mensen met wie ik het weer goedmaak of zij met mij. Schrijnend is het wanneer deze mensen aangeven zo graag in de pas te wíllen lopen, maar de capaciteit ontbreekt. Beter is het wanneer zij zich niet realiseren de stadsgek te zijn, maar te beleven dat de stad gek is. Soms wisselt het zich af.

Van bovenstaand omschreven Utrechtse stadgekken werken er een paar binnen de workcentra van 50|50, waar ze arbeidsmatig geactiveerd worden. Ze doen hier een bijdrage aan de maatschappij, naast degeen die ze doen om Utrecht wat kleurrijker te maken. Binnen de veiligheid van deze workcentra krijgen ze de kans zich op hun manier en tempo te ontplooien als werknemer.

Waarom vertel ik dit, vraag je je misschien af?

Mijn lieve collega Wendy wees me boos op wéér een filmpje wat was gemaakt over één van deze stadgekken. Toevallig eentje die ons nogal aan het hart gaat.
Dit gebeurt zorgwekkend vaak. Ik zou zo graag willen dat de dapperen met dat mobieltje in de hand even tot drie tellen, zich realiseren hoe onnodig, schadelijk en onvriendelijk deze actie is en het gewoon even lekker niet doen.

Daarom, lieve lezer die ook eens gekscherend een filmpje of foto heeft gemaakt van jouw favoriete stadgek waarom je zo hartelijk hebt kunnen lachen, ik nodig je van harte uit voor een kopje koffie in de 50|50 Store. Ga eens met deze heerlijke stadsgekken om tafel. Leer ze kennen. Zonder beeldschermpje ertussen.

Want zoals de Domtoren Utrecht een hart geeft, zo geeft de stadsgek het een ziel. En daar mag je ‘m best even dankbaar voor zijn

Zomerkerst

IMG_9688De zon schijnt, de ventilator bromt en ik probeer de deelnemers eraan te herinneren dat ze goed veel moeten drinken. We hebben zonnige muziek aanstaan, lopen in zomerkleding en ik hoor zuchten van warmte om me heen. En toch, vandaag voelt als kerstmis.

In plaats van mooi ingepakte kadootjes onder de boom lagen er vanochtend vuilniszakken vol fantastische, mooie, nieuwe kleding op ons te wachten. De gulle gever wil in deze anoniem blijven, wat het gouden hartje ietsje mooier doet glimmen. Terwijl ik dit typ hoor ik zo nu en dan een kreetje klinken achter me van blijdschap. De één na de andere schat komt tevoorschijn uit die onconventioneel gevormde mat-zwarte schatkisten.

“Ik heb vlinders in mijn buik!” “Hoe komt dit nu weer op ons pad, het is bizar!” “Ooooh kijk nou, is dit Leah’s (de dochter van mijn vriendinnen) maat?” “Jaaa een zeefdruk-schort, eindelijk!”

Jullie zouden eens moeten horen hoe het hier gaat met jullie donaties, kleding die je zelf niet meer draagt, je miskopen, je ‘afdankertjes’. Mensen die zelf zo weinig hebben, die zoveel door hun handen laten gaan met het oog op de ander.

Gisteravond was ik bij ‘the summer of love’, een avond vol muziek waar Leo Blokhuis ons wees op de boosheid van deze tijd, op de liefdevolle naïviteit van 1967. Ik ervaar hier op dagelijkse basis de liefdevolle echtheid van een groep individuen die de keiharde straatwereld op hun duimpje kennen. In dit gekke winkeltje lijken ze soms die ruwe bolster op de drempel achter te laten, hun blanke pit aan de koffietafel te installeren.

We zitten hier chronisch in de zomer van 1967, vol idealen en liefs. Met een vleugje kerstmis.

 

Soepfiets

majoor5 december 2016, het begin van de avond. Pakjesavond welteverstaan. Met de soepfiets, gevuld met ditmaal niet alleen soep en broodjes maar ook HEMA-shoppers vol lekkers en nodigs, (met dank aan de Giro des Heils 2016, een bijzondere wielertocht die hiervoor geld inzamelden) togen we naar de parken, de beschutte plekken, Hoog Catharijne, bruggen en tentjes. Het vriest en waait venijnig, ik duik wat verder weg in mijn winterjas en prijs mezelf voor het dragen van thermo-ondergoed. Echtwel slim.

Eigenlijk hoop ik dat we niemand tegen gaan komen. Niemand zou buiten mogen slapen in deze ijzige kou. Ik voel mijn vingertoppen tintelen, we zijn nog geen twintig minuten op pad.

Al vlot is het raak; vier mannen op een bankje, schouder aan schouder. Goedlachs pakken ze de pakketten aan, ze slaken kreten van blijdschap bij het bekijken van de inhoud. Ze zetten een muziekje aan op de telefoon en doen een dansje met ons. We bouwen een klein feestje, daar midden in het koude park. Een biertje sla ik lachend af, ze willen graag iets met ons delen. Even heb ik het wat warmer.

We vervolgen onze ronde, komen kleurrijke types tegen, verwarde mensen, potentiële professoren, mensen die veel praten, niet praten, een andere taal spreken. Allemaal zijn ze continue in beweging om warm te blijven, wiebelen van de ene voet op de andere of gaan ritmisch van voor-naar-achter zittend op een bankje. De sjaals uit de pakketten gaan direct om.

Op Hoog Catharijne neemt de soepfiets zijn vaste standplaats in; net voor de uitgang. In de kou stilstaan blijkt pittiger dan onderweg zijn, ik maak kleine sprongetjes terwijl ik de soep die we veel uitdelen daar probeer in de beker te houden. Een man staat ons op een afstandje gade te slaan.

Zijn donkere gestalte doemt op in het straatlantaarnlicht, hij maakt bewegingen richting ons maar deinst steeds weer terug. Ik vang zijn blik, boze donkere ogen kijken me hard aan en ik wend mijn blik af. Tonnie en Jeroen, soepfietshelden en hulpverleners waarvoor ik tomeloos respect heb, bespreken de aanpak. Deze man kennen ze. Tonnie pakt een tas, een soepje en een broodje en gaat voorzichtig, bijna sluipend, de kant op van de man. Hij verstijft, duikt tegen de muur. Tonnie fluistert “Het is goed. Het is goed.”, zet het warme soepje en de tas op twee grote voetstappen van de man af en loopt dan, achteruit, naar ons terug. De man wacht tot ze op veilige afstand is, grist de waren weg en verdwijnt de donkere koude nacht in. Hij doet me denken aan een wild dier.

Sinds februari 2013 rijdt de soepfiets zijn rondes, met Tonnie en Jeroen die outreachende zorg bieden aan een bijna onzichtbare doelgroep. Die precies weten waar deze mensen slapen, welke beschutte plekken een potentiele slaapplaats zijn. Ze motiveren de mensen met liefdevolle, zachte hand, richting de hulpverlening die ze zo hard nodig hebben. Met heel, heel veel geduld maken ze kleine, waardevolle stappen. Ik vraag me af hoe het met de verwilderde meneer is uit bovenstaande alinea.

Vorige week kwamen ze twee nieuwe Majoors halen, de fantastische fietsen (gemaakt bij 50|50 Bike) waarvoor ze de barrels waarmee ze eerst de rondes maakten kunnen inruilen. Deze hebben ze kunnen aanschaffen door de opbrengst van de Giro des Heils 2017.

Dus: zie je een bakfiets met de opdruk “soepfiets” met een goedgekrulde kerel op het zadel, vergezeld door een kort-pittige mooie dame op een Majoor, met een ervaringsdeskundige op de andere Majoor? Zwaai even. Roep even. Kushandje voor deze gouden mensen!

(Je kan je inschrijven voor de nieuwsbrief van de Soepfiets op http://legerdesheilsmiddennederland.us7.list-manage.com/subscribe?u=61e769119c4bd46b1ced14b50&id=8621a65a34

Wil je een donatie doen? Maak deze dan over op: NL61RABO0105576085 t.a.v. Stichting Leger des Heils WenG MN o.v.v. SOEPFIETS)

 

 

 

 

 

Utrecht

blof.jpgHet blijft een malle verstandhouding, die tussen Utrecht en mij. Mijn werkstadje. Al jaren ben ik werkzaam in dit hart van Nederland, steeds heb ik gewerkt met doelgroepen die de straat te nader staan.

Het is een uitdaging om mij een locatie van het één of ander uit te leggen; dat is sowieso nou niet bepaald mijn sterkste kant, maar in een stad die ik niet zo goed ken (of nou vooruit, ook in een stad die ik wél goed ken) al helemaal niet.

Ik heb indertijd wat trucjes geleerd die me mezelf bij tijd en wijlen vreselijk doen overschatten. Ik waarschuw mensen niet zelden wanneer ze met me op stap gaan dat ze niet in mijn overtuigingskracht moeten trappen: voor je het weet ben je onbedoeld in een ander continent beland. (Of aan de andere kant van Düsseldorf, sorry nog lieve Eva en Annemarieke).

Vandaag had ik een afspraak waarbij we diverse locaties doorspraken van Utrecht toen ik een grappige, en ietwat zorgwekkende ontdekking deed.

Na jaren werken in Utrecht ken ik de stad best een beetje, dacht ik zo. Ik weet waar je je methadon haalt, waar de nachtopvangen zich bevinden, waar de dames zich prostitueren, waar je naalden kunt ruilen, condooms kan ophalen, gebruikersruimtes kan vinden, waar dealers zich doorgaans ophouden en waar je je dag kan doorbrengen als vluchteling zonder status.

Ik weet alleen totaal niet waar het postkantoor zit.